Skip to main content

Pijpleidingenattest

Elke vaste propaangasinstallatie vereist enkele noodzakelijke documenten. Documenten betreffende de gemeente, de in-dienst-name van de installatie, de periodieke keuringen, maar ook de leidingen. Het pijpleidingenattest garandeert dat de volledige installatie volgens de wettelijke norm NBN D 51 006 uitgevoerd werd.

Elke nieuwe installatie of toevoeging aan een bestaande installatie vereist een pijpleidingenattest dat door een HVAC-installateur opgemaakt dient te worden. Hij/zij hoeft niet noodzakelijk ook het Cerga-label voor butaan- of propaangas te hebben, maar het is zeker een pluspunt. Het Cerga-label wordt verkregen door een Cerga-opleiding te volgen en na steekproefcontroles door Cerga van de door de installateur uitgevoerde installatie. Het dient als bijkomend bewijs van technisch vakmanschap. De installateur bezorgt het attest dan op zijn/haar beurt aan de gebruiker – ook wel exploitant genoemd – van de installatie. Als iemand zonder toegang tot het beroep van HVAC-installateur (een doe-het-zelver of klusjesman) de installatie uitvoert, wordt sterk aangeraden dat hij/zij die installatie laat controleren door een officieel geaccrediteerd keuringsorganisme. Om de technische kwaliteit van de installatie te garanderen, raadt FEBUPRO HVAC-installateurs zonder Cerga-label voor butaan- of propaangas aan om op vrijwillige basis de door hen uitgevoerde installatie door een geaccrediteerd keuringsorganisme te laten controleren. Die controle ontheft de installateur echter niet van zijn/haar persoonlijke verantwoordelijkheid voor de gerealiseerde werken.

Het pijpleidingenattest geeft niet alleen aan dat de propaangasinstallatie volgens de norm NBN D 51 006 in orde is. Volgende informatie moet het attest altijd bevatten:

  • een isometrische tekening van de installatie;
  • vermelding van alle gebruikstoestellen, alsook hun vermogens;
  • lengte, type en diameter van de leidingen;
  • vermelding van andere onderdelen/koppelingen (zoals bijvoorbeeld een elektrokraan).

Daarnaast is het ook aangeraden om meetpunten en T-stukken te vermelden.

Image

Vaak gaat het voor de installateur enkel om de installatie binnenshuis. Bij een klassieke propaangasinstallatie starten de leidingen onder lagedruk immers vanaf de uitgang van de tweedetrapsontspanner die in het gevelkastje zit. Buiten (onder de grond) liggen de leidingen onder middendruk. Antargaz zal dan de buitenleidingen plaatsen en het pijpleidingenattest voor dat gedeelte opmaken, terwijl de installateur de binnenleidingen plaatst en dus het attest voor dat laatste gedeelte opmaakt.

Wanneer echter de UPSO-OPSO (de gecombineerde ontspanner die deel uitmaakt van onze Invisia-kit) gebruikt wordt, gebeurt niet alleen de drukverlaging naar middendruk, maar ook die naar lagedruk direct aan de propaangastank. De installateur is telkens verantwoordelijk voor het leggen van de lagedrukleidingen. In het geval van een installatie met de UPSO-OPSO, is de installateur dus niet alleen verantwoordelijk voor het leggen van de binnenleidingen, maar ook de buitenleidingen. Hij/zij zal dus het pijpleidingenattest voor zowel de binnen- als de buitenleidingen moeten opmaken.

Handig om te weten: elke installateur kan gratis een pijpleidingenattest aanvragen via Antargaz of hij/zij kan het aankopen bij FEBUPRO.