Skip to main content

Propaaninstallaties voor en na de huidige norm

De eerste drukregelaar reduceert de druk van het gas naar 1,5 bar. Die druk kan voor niet-residentiële installaties eventueel oplopen tot 5 bar.

Voor een installatie met propaantank wordt de eerste drukregelaar gecombineerd met een aan de uitgang van die regelaar gekoppelde drukbegrenzer.

De combinatie van eerste drukregelaar en drukbegrenzer moet zo dicht mogelijk bij de uitgang van de dienstkraan van de propaantank gemonteerd worden.

 

Leiding tussen eerste drukregelaar en tweede drukregelaar.

De verbindingsleiding tussen eerste en tweede drukregelaar moet conform de norm voor ontspannen gas geplaatst worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met  de eventuele beperkingen opgelegd voor de ruimtelijke schikking van de betreffende leiding.

Voor residentiële gebouwen met een totaal geïnstalleerd vermogen kleiner of gelijk aan 70kW is het verplicht om een tweede-trapkast te plaatsen. Let wel: dat is niet het geval wanneer men een gecombineerde eerste- en tweede-trapsdrukregelaar (of UPSO-OPSO) plaatst. Bij een tweede-trapkast aan de gevel van het gebouw loopt er nog een leiding op middendruk (1,5 bar) tussen de eerste en tweede drukregelaar. De leiding die vanaf de tweede-trapkast naar binnen gaat, staat op lage druk (37 mbar). Bij een UPSO-OPSO volgen meteen na de uitgang van de dienstkraan de drukverlaging naar middendruk en de drukverlaging naar lage druk direct op elkaar. De leiding die van de tank naar het gebouw loopt, staat dus al op lage druk en gaat zo het gebouw binnen.

In het verleden zag de norm er anders uit. Toen mocht men bij een residentieel gebouw nog met een middendruk van 1,5 bar naar binnen gaan en voor elke toestel een tweede drukregelaar plaatsen.

Let wel: om een installatie bestaande uit meerdere toestellen die reeds uitgerust zijn met individuele tweede-trapsdrukregelaar uit te breiden met één of meerdere bijkomend(e) toestel(len), is de installatie van een tweede-trapkast niet verplicht.

Voor niet-residentiële gebouwen met een totaal geïnstalleerd vermogen groter dan 70kW moet er ook geen kast geplaatst worden en kan men met middendruk naar binnen gaan en juist voor het toestel een 2de-trapregelaar plaatsen. Alle elementen van de leidingen moeten in het gebouw bestand zijn tegen hoge temperatuur (type RHT).

 

Gemeenschappelijke tweede-trapsdrukregelaar.

Wanneer er voor één of meerdere toestellen een gemeenschappelijk 2de-trapregelaar gebruikt wordt, moet die voorafgegaan worden door een sectioneerkraan.

Dat installatietype is verplicht voor nieuwe installaties en voor renovaties in een residentieel gebouw waarvoor een bouwaanvraag moet ingediend worden (zie bijlage G in de Handleiding voor de plaatsing van gasleidingen en verbruikstoestellen gevoed door commercieel butaan of propaan, uitgegeven door Febupro).